27 jul. 2020

Bouke Groen expositie

Duet 2020 vocalisten: David van Roijen en renske de Boer

Level II 2020

Band 2020

4 jul. 2020

Bouke Groen zaaltekst bij het werk door Katalin Herzog


ZOEKEN NAAR EVENWICHT in een nieuwe installatie van Bouke Groen

De expositieruimte van Galerie Block C is een karakteristiek, bakstenen vertrek dat onderdeel was van een ijspakhuis, in 1880 gebouwd voor een bierbrouwerij. Deze ruimte van 7  x 7 x 4 meter heeft een meermaals gewelfd, bakstenen plafond en een zwaar gebruikte betonnen vloer. Ooit was het een opslagruimte en mogelijk werd hier ook bier gebrouwen. De muren zijn nu op 3 meter hoogte witgeverfd en worden doorbroken door twee smalle ramen aan de oostelijke kant en door twee ingangen aan de noordelijke kant. Zo is de galerie een lichte ruimte geworden, waarin de oude gebruiksfunctie en de white cube elkaar op een spannende wijze ontmoeten. 

Hier zijn al vele tentoonstellingen ingericht die, zoals gewoonlijk, rekening hielden met de hoedanigheden van het vertrek. Toch is dit de eerste keer dat de galerie zelf onderdeel uitmaakt van een kunstwerk en wel van de site-specifieke installatie van Bouke Groen.1 Vanaf februari begon hij de ruimte te verkennen, maakte er plannen en voerde er ook de meeste elementen van zijn installatie uit. Alles wat tijdens de tentoonstelling aanwezig is, maakt dus deel uit van deze installatie. En dit geldt ook voor de bezoekers, die hier geen kijkers of beschouwers zijn, zoals in een traditionele expositie. Zij zijn deelnemers aan de installatie.2
Bouke Groen heeft zijn installatie uit drie elementen opgebouwd: Level II, Band en Duet. Bij het object Level II hangt een metalen constructie aan het plafond, waarbij een motor een buis aandrijft. Hieromheen loopt een band van doorschijnend plastic. In die band, zo’n 2 meter vanaf het plafond, draait een 35 centimeter dikke, houten schijf rond die op ooghoogte een lijn van rood laserlicht op de muur projecteert. Bij het object Band hangt een lus van stevig rubber aan een metalen klem, die op het plafond is bevestigd. In de lus ligt op ongeveer een halve meter boven de vloer een 2 meter lange, 20 centimeter brede en 80 kilo wegende, betonnen staaf, niet op zijn punt van evenwicht, maar wel horizontaal. Naast de ingang met de boog zijn twee verticale schermen van elk 75 cm hoog en 55 cm breed op de muur aangebracht die een videoregistratie van de performance Duet tonen. Eerst zijn alleen de levensgrote gezichten van een vrouw en een man en face te zien. Hun monden openen en sluiten zich, maar het is niet duidelijk of ze praten of zingen. Dit zullen bezoekers pas horen als zij op het bankje voor de schermen plaatsnemen en een koptelefoon opzetten.

Beide objecten zijn uit alledaagse materialen, zoals staal, plastic, rubber en cement geconstrueerd en lijken enigszins op machines of werktuigen die in deze quasi-industriële ruimte iets zouden kunnen produceren of meten. Ondanks deze verwantschap zijn ze echter tot niets bekends te herleiden en de kunstenaar geeft ook geen enkele hint over hun mogelijke functies. En wat doet die performance erbij? Het geheel roept een verwachtingsvolle verwarring op, alsof het binnenkort wel duidelijker zal worden waar het om gaat. Nu willen sommigen graag in die verwarring of verwondering blijven. Al kan dit een prikkelende ervaring zijn, is zoiets pas de eerste stap naar een volledige deelname aan een installatie. Dergelijke kunstwerken zetten ons namelijk niet alleen aan om letterlijk te bewegen door in de installatie rond te lopen, ze willen ook onze gewoonlijke geestestoestand in beweging zetten.3 Hoe en waarom de kunstenaar dit wil bewerkstelligen, kan duidelijker worden als we iets van drie eerdere installaties/audiowerken van Bouke Groen, namelijk Waagschaal, Level I en Project Overtone, te weten komen.4
De installatie Waagschaal maakte de kunstenaar in 2017 voor de IJsselbiënnale te Zutphen. Een soort weegschaal, een stalen constructie met een plaat erop, en een hoge, goudgele kolom van plexiglas stonden dichtbij de oever van de IJssel. Bezoekers die op de plaat gingen staan, zagen het water in de kolom stijgen. Door de kolom heen was ook het krachtige, snelstromende water en het oeverlandschap van de IJssel goed te zien. Ofschoon het hier om een onbekende machine ging, werd de functie ervan snel duidelijk. Degene die op de stalen plaat stapte, ruilde als het ware zijn lichaamsgewicht in tegen een gewicht aan water dat uit de IJssel werd gepompt. Het wegen zorgde dus voor een verbintenis met de rivier en diens onmiddellijke omgeving. Dit is eerder een poëtische dan beangstigend ervaring, maar bezoekers werden zo ook in staat gesteld om te beseffen hoe nietig en onbeschermd zij waren tegenover de krachtige en gevaarlijke rivier die het zo vredig lijkende landschap regelmatig overstroomt. Daarom noemde de kunstenaar deze installatie Waagschaal, een oude vorm van het woord weegschaal, erop wijzend dat bezoekers zo dicht bij de rivier een risico kunnen lopen.

Level I is een audio-installatie met vijf glazen kolommen die Bouke Groen oorspronkelijk in 2019 voor Oerol Terschelling maakte.5 De kolommen waren op een hoge duin geplaatst, waar twee paden elkaar kruisen en wandelaars doorgaans een richting moeten kiezen. Nu markeerden de kolommen een plek om er stil te staan, te blijven kijken en luisteren. Uit alle vijf kolommen klonken mannen- of vrouwenstemmen die een akkoord in een Aahhh klank zongen, waardoor elke kolom zijn individuele toon had. Hun samenzang bleef een tijdje harmonieus, totdat één van de zangers adem haalde en van toonhoogte veranderde. De anderen reageerden op de dissonantie en veranderden geleidelijk ook hun toonhoogte, totdat de harmonie hersteld was. Daarna begon dit proces opnieuw om eindeloos door te kunnen gaan. Het geluid dat eerder in een kathedraal thuishoort dan in een open landschap, deed de omgeving als het ware mee-resoneren, waarbij bezoekers opmerkzaam konden worden van de levende en constant bewegende natuur, vooral op een Waddeneiland dat door de wind en de getijden zich langzaam van west naar oost beweegt.
Project Overtone heeft de hybride vorm van een audiowerk en een performance die 15 minuten duurt. De kunstenaar maakte deze twee-eenheid in 2019 in een voormalig spoor-ziekenhuis te Wroclaw, Polen. Aanvankelijk verrichtte hij audio-metingen in de ruimtes van het gebouw. Na de basistonen van verschillende ruimtes bepaald te hebben, verkreeg hij ook de boventonen die door hun specifieke frequentie boven de andere uitkomen. Vervolgens transformeerde de kunstenaar de puur technische metingen van tonen, in samenwerking met een musicus, tot een geluidskunstwerk dat in klinkers door een koor gezongen kon worden.6 Hiermee bood hij bezoekers iets wat we allemaal wel kennen, maar waarvan wij niet of nauwelijks bewust zijn: het eigen geluidskarakter van ruimtes, met behulp waarvan wij ons oriënteren.
Uit de beschrijving van deze drie werken is al op te maken dat Bouke Groen een bouwer en een constructeur is, zeer geïnteresseerd in technische uitwerkingen. Dit vakmanschap gebruikt hij voor het ‘bouwen’ van installaties, waarin beschouwers ongewone ervaringen kunnen opdoen en zo uitgedaagd worden om over hun omgeving te reflecteren. Het beste is de houding van de kunstenaar te karakteriseren als veel aandacht voor ruimte en tijd die op hun beurt als kaders dienen voor de verschillende connecties die mensen met hun omgevingen kunnen aangaan. Voordat hij een installatie maakt, neemt de kunstenaar eerst de eigenaardigheden van binnen- of buitenruimtes nauwkeurig in zich op; van binnenruimtes maakt hij tekeningen om hun proporties te verkennen. Ook gaat hij na wat hij in een ruimte kan benadrukken of aan een ruimte kan toevoegen om de ervaringen van bezoekers te verrijken. Vandaar dat hij zich interesseert voor de werkingen van het bewustzijn en het onderbewuste van anderen en van zichzelf. Hij is ervan overtuigd dat wij voor een groot deel geleid worden door de structuur van het onderbewuste en de daarin neergeslagen geheugeninhouden. Uit dit onbewust domein komen vaak nieuwe ideeën voort, maar ook aannames en gewoontes, waar de kunstenaar veel moeite mee heeft. Hoewel deze ons helpen om snel te reageren, beletten ze ons vaak om nieuwsgierig en reflecterend met de wereld om te gaan. Bouke Groen waardeert dan ook het kleine beetje bewustzijn dat wij hebben en ervaart de momenten dat hij ‘door het bewustzijn wordt overvallen’ als zeer intens. Met zijn installaties wil hij zulke ervaringen ook voor anderen mogelijk maken, waarbij geluiden en klanken hem behulpzaam zijn.
Bouke Groen is van jongs af aan gefascineerd door geluiden, zoals het piepen van een deur of de galm in grote ruimtes. Geluid maakt ons alert, gaat dwars door andere waarnemingen heen en kan eigenschappen van omgevingen oproepen of benadrukken. Hoewel de kunstenaar van muziek houdt, gaat het hem daar niet om. Net als bijvoorbeeld hout en staal gebruikt hij geluiden en klanken als materialen bij het bouwen van zijn werken. Voor het laten klinken van zijn installaties en audiowerken leent hij technieken en performers van de muziek en hij werkt samen met componisten, vocalisten en audio-technici om zijn globale plannen heel precies te kunnen realiseren. Die samenwerkingen komen tot stand als hij kennis en/of technieken ontbeert en daarvoor anderen nodig heeft. Hij kan zich echter ook dienstbaar opstellen. Soms helpt hij andere kunstenaars met het tentoonstellen van hun werk of hij is gesprekspartner bij het ontwikkelen van hun ideeën. Deze houding is mede terug te voeren op zijn opleidingen in de horeca, voordat hij naar de academie ging. Nu gebruikt hij zijn opleidingen en trainingen in de rol van kunstenaar-gastheer en nodigt bezoekers uit om deel te nemen aan zijn installaties die hij zodanig bouwt en ensceneert dat gewoontes er geen kans krijgen, maar voor reflectie des te meer plaats is.
Terug naar de tentoonstelling in Galerie Block C kunnen we de hiervoor genoemde houdingen en intenties van de kunstenaar in zijn recente installatie herkennen. Net als het hiervoor beschreven Project Overtone is de huidige installatie een ‘binnenwerk’, waarin de objecten en de performance een drie-eenheid vormen. Level II beweegt en dit is te zien, doordat de houten schijf, die in de doorschijnende band ronddraait, houtnerven vertoont, waarvan het patroon telkens verandert. Ondanks de beweging, waardoor de schijf uit balans zou kunnen raken, slaagt zij erin om de op één niveau blijvende, rode lijn op de muur te projecteren. Hoe hij dit mogelijk heeft gemaakt, houdt de kunstenaar voor zich, maar duidelijk is dat in dit object beweging en constantie met elkaar in evenwicht verkeren. Bovendien halen de houten schijf, ooit een deel van een levende boom, en de lijn die aan de horizon doet denken ook de buitenwereld deze installatie binnen.  
Het object Band confronteert de bezoeker met iets onmogelijks. De lange staaf blijft in de rubberen band horizontaal, hoewel hij niet op zijn evenwichtspunt ligt. Net als bij Level II is de technische oplossing hier onbekend, waardoor de werking van Band alleen maar sterker wordt. Het geheel doet aan een beginnende koorddanser denken die met een lange stok op een laag koord aan het balanceren is en telkens zijn evenwicht dreigt te verliezen. Dat de staaf zo laag hangt, helpt om dit idee vast te houden. De rubberen band lijkt steun te bieden, hoewel de staaf elk ogenblik uit balans zou kunnen raken en dan toch horizontaal blijft. Net als in Level II is hier het risico van het streven naar evenwicht aanwezig en is ook het wonder van het bereiken ervan voelbaar. Wat in dit object nog duidelijker wordt, is dat dit allemaal schijn kan zijn, omdat het onderliggende mechanisme aan het oog onttrokken wordt.
            Als bezoekers in de ruimte rondlopen, zijn de twee performers van Duet zichtbaar en is het aannemelijk dat dit werk bij de installatie hoort.7 Zonder het geluid is het echter onmogelijk om een verband tussen Duet en de objecten te achterhalen. Gaan bezoekers op het bankje plaatsnemen en zetten zij de koptelefoons op, dan keren zij hun rug naar de rest van de installatie en horen de vrouw en de man respectievelijk op hun linker en rechter oor zingen. De zangers hebben ook koptelefoons op, kunnen elkaar dus niet horen, maar wel naar iets luisteren, namelijk een compositie die zij in klinkers meezingen. Voor de bezoekers is deze compositie niet waarneembaar; zij horen slechts de samenzang van twee mensen die nu eens langgerekt dan weer staccato verloopt. Een poos klinken de beide stemmen unisono, gaan dan geleidelijk asynchroon lopen, waarna ze weer naar elkaar toe bewegen. En dit kan in principe eindeloos doorgaan.8
Duet doet zowel aan aspecten van Project Overtone als Level I denken. Net als de performance van het koor bij Project Overtone is Duet een live performance, hoewel het in deze installatie als videoregistratie getoond wordt. En net als bij Level I is er sprake van samenzang die daar niet live was. De akkoorden werden afzonderlijk ingezongen en door een computerprogramma in een ingewikkelde puzzel bij elkaar gebracht. Er zijn dus overeenkomsten en verschillen, maar wat alle drie geluidscomposities met elkaar gemeen hebben is dat ze relaties met de omgevende ruimtes aangaan.
Project Overtone en Level I hebben een direct verband met bestaande architectonische ruimtes en een bestaand landschap. Duet verhoudt zich tot de ruimte van de galerie, niet zoals die gewoonlijk is, maar zoals die door de nieuwe installatie getransformeerd wordt. Alle drie elementen van de installatie hebben dezelfde spannende opbouw die samen het idee van evenwicht thematiseren. Dit thema begon al te dagen bij de hiervoor beschreven, vroegere werken, maar die hadden ook andere, meer op de voorgrond tredende, betekenissen. In deze installatie wordt in drie verschillende variaties één en hetzelfde thema uitgewerkt, waarbij Duet een bijzondere rol speelt. Gezeten op het bankje met de koptelefoon op zijn de bezoekers zowel visueel als auditief van de rest van de ruimte afgesloten. Omdat het thema echter tijdens het luisteren in de tijd herhaald wordt, kunnen de objecten, hun werkingen en ensceneringen weer in de geest van de bezoekers opdoemen, zodat Level II, Band en Duet gaan ‘samenwerken’. Dan veranderen bezoekers in deelnemers aan deze installatie in wiens totaalervaring het zoeken naar, bijna verliezen en toch weer vinden van evenwicht daadwerkelijk gerealiseerd wordt.


Katalin Herzog, juni 2020.




Noten:


1. Een site-specifieke installatie wordt voor een bepaalde locatie gemaakt, waarvan de kenmerken medeverantwoordelijk zijn voor de betekenissen van de installatie.  

2. Installaties werden in de tweede helft van de 20ste eeuw ontwikkeld. Hun voorlopers zijn de surrealistische tentoonstellingen, de readymades en de environments. Installaties zijn ruimtelijk en verwant aan het theater, waarbij de vierde wand als het ware doorbroken wordt en het ‘publiek’ deel gaat nemen aan wat er op het ‘toneel’ gebeurt. Eenmaal in de installatie engageren bezoekers zich zowel lichamelijk als geestelijk met de ruimte, de daarin bevindende, geënsceneerde objecten en de andere bezoekers. In tegenstelling tot toneelvoorstellingen bieden installaties echter geen representaties, ze presenteren readymades of speciaal voor de installaties gemaakte objecten in samenhang met de ruimte. Behalve met theater hebben installaties ook connecties met onder andere architectuur, sculptuur en performances. Zie hiervoor: C. Bishop, Installation Art, Tate Publishing, London 2005.
  
3. Een bijzonder doel van installaties is om de bezoeker, nog meer dan andere moderne en postmoderne kunstwerken, zowel lichamelijk als geestelijk te ontregelen, zodat hun bewustzijn   uitgedaagd wordt.

4. Bouke Groen maakt gebruik van soms ongewone, maar waarschijnlijke vergelijkingen en soms van metaforische verbindingen van onvergelijkbare zaken. Voor hem zijn dit vanzelfsprekende manieren om betekenissen te genereren, waarbij hij twee of meerdere zaken tegenover elkaar zet of met elkaar combineert. Zie hiervoor: K. Herzog, ‘De metaforische cirkel’, https://kunstzaken.blogspot.com/2010/02/de-metaforische-cirkel.html
5. Level I werd behalve op Terschelling in 2019 ook op het Duitse Waddeneiland Föhr geïnstalleerd.  Bouke Groen maakte de installatie in samenwerking met Bonne van der Wal, Atser Damsma en Marius Audio (technici) en Renske de Boer, Mousmé Brocaar, Marieke Homan, Diff Rouw, Koos van der Wal (vocalisten).
6. a. Project Overtone (2019) kwam tot stand in samenwerking met Renske de Boer (compositie) en het Kamerkoor van de Universiteit van Wetenschap en Technologie te Wroclaw, Polen.
b. Hoewel de audiowerken van Bouke Groen wel als muziek klinken, gaat het hem niet om traditionele muziekuitvoeringen. Hij maakt gebruik van elementen en compositiemogelijkheden van de muziek, werkt samen met een componist, maar vocalisten spelen in zijn werk meestal niet hun traditionele rollen. De klanken die zij voortbrengen, worden door de kunstenaar als materiaal gebruikt om er een audiowerk mee te construeren/componeren. Indien de vocalisten echter live ‘optreden’, dus als personen aanwezig zijn, noemt hij zo’n werk een performance. 
7. Bij Duet koos de kunstenaar voor een klassiek zangduet van een vrouw en een man, opdat het thema niet door te veel bijbetekenissen verstoord wordt.

8. De compositie van Duet werd gemaakt door Renske de Boer en Bouke Groen. De vocalisten zijn: Renske de Boer en David van Roijen.




Bouke Groen Uitnodiging

    Bouke Groen
        ruimtelijk werk en een video-installatie

             Na een periode van uitstel zijn we blij het werk van Bouke Groen
             toch te kunnen laten zien. 
De expositie is geopend op vr17, za18, zo19
              en vr24, za25 en zo 26 juli van13.00 tot 17.00 uur.
              Bouke is 17 juli aanwezig
              Je mag ook een afspraak maken buiten de genoemde tijden.


              Er zijn aanpassingen om aan de corona regels te voldoen.
              Zo kunnen slechts 2 personen tegelijk naar binnen, of meer van 1 huishouding.
              Beneden op no 14 is een wachtruimte, hier kun je iets drinken.

             Bij de expositie is een tekst van Katalin Herzog. 
                Bouke Groen  
                Katalin Herzog


2 apr. 2020

Thuis Best

Uitzicht Block C

 

16 mrt. 2020

Bouke Groen uitstel opening en expositie



De opening en expositie van Bouke Groen is in verband met de corona epidemie uitgesteld
         We houden u op de hoogte.


10 mrt. 2020

Bouke Groen Poster





    poster Bouke Groen, ontwerp Hansje van Halem

24 jan. 2020

Luuk Wilmering expositie

The Importance of Wandering, Luuk Wilmering
foto's Luuk Wilmering










18 jan. 2020

Luuk Wilmering prijslijst werken








Luuk Wilmering zaaltekst van Katalin Herzog


THE IMPORTANCE OF WANDERING, een nieuw project van Luuk Wilmering  

Al voor het betreden van de expositie in Galerie Block C te Groningen wordt duidelijk dat het nieuwe project van Luuk Wilmering ‘bergen’ tot onderwerp heeft. Voor de ingang bevindt zich namelijk een maquette van de tentoonstellingsruimte met in het midden een hoge, witte berg. Bovenop staat een mannetje, op de rug gezien, die met een verrekijker de tentoonstelling in tuurt. Waarschijnlijk ziet hij al de prachtige, ongerepte wereld van de hoge bergen en geniet hij van de spectaculaire vergezichten.

Eenmaal in de tentoonstelling worden dergelijke verwachtingen deels bevestigd, maar ook flink onderuitgehaald. Luuk Wilmering maakt immers werken die op impliciete wijze vragen stellen over onze beelden van en ideeën over de werkelijkheid. Omdat hij dit op een verleidelijke manier doet, kunnen we van de schoonheid van zijn werk genieten, om dan door de vormgeving gewaarschuwd te worden: kijk uit! Hier is niets zoals het lijkt!
De kunstenaar had altijd al interesse voor de natuur, en hoewel hij in zijn vroegere collages meestal mensfiguren gebruikte om politieke en sociale gebeurtenissen te becommentariëren, maakte hij eveneens landschappelijk werk. Toch heeft hij zich nooit zo op een bepaald genre, zoals de weergave van berglandschappen gericht. Wilmering is van oorsprong een schilder en dus erfgenaam van de westerse schilderkunst, waarin het landschap lange tijd een bijrol vervulde. Vanaf de 15de eeuw kwamen natuurscènes voor als achtergronden van Bijbelse taferelen, maar pas in de 17de -eeuwse, Nederlandse schilderkunst werd het landschap een zelfstandig genre, waarbinnen schilders zich weer gingen specialiseren. Zo iemand was Hercules Seghers (1589-1638) wiens etsen en schilderijen van berglandschappen Wilmering in 2016 een tentoonstelling in het Rijksmuseum zag. Ze inspireerden hem tot zijn nieuw berg-project, mede omdat Seghers nooit een berg had gezien, maar wel in staat bleek om mysterieuze berglandschappen te verbeelden, waarin men zou kunnen ronddwalen.

11 jan. 2020

Luuk Wilmering poster Michiel Schuurman

ontwerp poster: Michiel Schuurman


Koen Taselaar expositie


Koen Taselaar









                                                 

10 nov. 2019

Koen Taselaar opening



9 november  - 14 december 2019
opening


foto: Robert Mulder


foto: Robert Mulder


foto: Robert Mulder



foto: Robert Mulder  

foto: Robert Mulder








9 nov. 2019

Koen Taselaar zaaltekst door Katalin Herzog

zaaltekst expo Koen Taselaar door Katalin Herzog 




KOEN TASELAAR: WANDKLEDEN, KERAMIEK EN TEKENINGEN

Om zijn geest alert te houden en zijn werk te vernieuwen is Koen Taselaar steeds op zoek naar andere omgevingen en experimenteert hij met oudere en hedendaagse technieken die op verschillende manieren bij het tekenen aansluiten. Taselaar is allereerst een enthousiaste tekenaar, maar kan zich niet voorstellen om zijn hele leven hetzelfde te blijven doen. Toch is elke nieuwe techniek die hij toepast een ‘vertaling’ van het tekenen, al levert dit zeer verschillend uitziende werken op. In Galerie Block C te Groningen, toont hij van 9. 11. tot 14. 12. 2019 naast tekeningen dan ook sculpturen van keramiek en wandtapijten.
            De tekeningen van Taselaar zijn boordevol letters, vormen en patronen. Ze laten de uitbundige wereld zien van iemand die van de volheid van de hedendaagse werkelijkheid geniet. Hoewel hij een keurige academische opleiding heeft gehad, houdt hij van het naïeve en heeft hij een do-it-yourself mentaliteit. Daarom gebruikt hij in zijn werk vaak ‘archetypische’ vormen, decoratieve patronen en gaat hij heel direct om met materialen en technieken. Ten opzichte van de heersende normen in de kunstwereld neemt Taselaar een recalcitrante, licht spottende houding aan, waarvan de beeld- en taalgrappen in zijn werk getuigen. 
            In één van zijn grote tekeningen ‘Extended Ying Yang Tittitwister (multititled # 8)’ (2014), dat veel van dergelijke grappen bevat, verwerkte hij voor het eerst de ‘omgekeerde kunstenaars(namen)’. Dit spel zette hij voort in tekeningen die hier te zien zijn. ‘Honi Rorn’ (2015) toont namen van bekende kunstenaars, waarbij de beginletters van voor- en achternamen verwisseld zijn. Alles beweegt door de optische werking van de achtergrond en de verschillende soorten vormgeving van namen als Honi Rorn, Moan Jiro en Caurizio Mattelan. Iets soortgelijks deed hij in de tekening ‘PPPPPPPPPPP’ (2019), maar nu met voor- en achternamen die hij met een P laat beginnen op een ondergrond met vele hoofdletters P. Peff Poons, Parlene Pumas en Piorgo Porandi laten, net als de andere verwisselingen, zien hoe wij de namen van kunstenaars als uithangbord voor hun bekendheid gebruiken. Dergelijke inside jokes komen echter alleen over bij ingewijden die de rare namen bijna meteen kunnen corrigeren.
            Maar wat als je niet ingevoerd bent in een cultuur en het schrift niet kan lezen? Dit overkwam Taselaar in 2018 tijdens een residentie in Zuid-Korea. Het Koreaanse schrift, Hangul, vond hij even prachtig als onleesbaar en richtte zich dus op de ‘beeld-taal’ die hij op straat en op verpakkingen zag. De Disneyachtige figuren komen grappig over, maar de vermenselijkte dieren maken wel reclame voor het verorberen van hun ooit levende soortgenoten. De opvallendste figuren gebruikte Taselaar in kleurpotloodtekeningen, zoals: ‘Skiing Fish And Cat with Fish’, ‘Beer Drinking Beer And Smiling Fish’ en ‘Peace Pig And Thumbs Up Chicken’ (alle 2018). Hier ging hij een stap verder dan in zijn eerdere tekeningen, toen hij figuratieve beelden in abstracte structuren inbedde. De Koreaanse figuurtjes herhaalde hij zo vaak dat ze nu zelf de structuur vormen, waardoor de tekeningen nog het meest op weefsels lijken.
Taselaars nieuwsgierigheid drijft hem om zijn werk zowel inhoudelijk als technisch te blijven verrijken. Maar hoe meer hij weet en kan, des te vaker wil hij opnieuw beginnen. In 2015 ging hij een groot technisch experiment aan in het Europees Keramisch Werkcentrum te Oisterwijk. Klei ziet hij in zoverre verwant aan het tekenen, dat in beide media ideeën op een directe wijze te realiseren zijn. Ervaring met keramiek had de kunstenaar niet, maar door veel te experimenteren, leerde hij geleidelijk de verschillende kleisoorten, het glazuren en het bakproces kennen. Vervolgens wilde hij ‘driedimensionale tekeningen’ met klei maken en paste daarvoor de oude ‘ringentechniek’ toe: het opbouwen van potten uit kleiringen. Maar Taselaar begon niet met een klein potje; hij tastte dikke kleiringen op tot ± 65 cm. hoge vazen die hij niet precies afwerkte, maar wel van ogen en mond voorzag. Vervolgens stapelde hij deze Barbapapa-achtige personages op, samen met geometrische elementen, tot manshoge totempalen.
Tijdens zijn residentie in Zuid-Korea maakte de kunstenaar nieuwe, keramische totempalen, nu met de Koreaanse beeld-taal. Eén van de resultaten is de totempaal ‘Facemask Totem’ (2018) met elf opeengestapelde schoonheidsmaskers die Koreaanse vrouwen gebruiken. Hoewel alle maskers hetzelfde standaardgezicht tonen, worden ze meer karakteristiek, doordat ze enigszins scheef gerangschikt en in steeds andere kleuren geglazuurd zijn. Een andere totempaal ‘Annoyed Architecture #5’(2018) is opgebouwd uit een hoge sokkel, voorzien van een onregelmatig raster, waarop om en om geometrische vormen en ‘gezichts-vazen’ in verschillende kleuren gestapeld zijn. Het geheel wordt bekroond door een olijk-dom gezicht, misschien wel van de architect. Als een echo van het grote raster op de sokkel, vertonen de vazen een fijner patroon van nepbakstenen dat de kunstenaar veel in het straatbeeld zag. Totempalen doken al eerder op in de tekeningen van Taselaar, samengesteld uit beelden en structuren, maar als driedimensionale vormen zijn ze indrukwekkender. Nu komen ze als echte personages over en zouden ook wachters kunnen zijn, zoals de houten totempalen in Zuid-Koreaanse dorpen, die de grenzen tegen boze geesten bewaken.
            In 2018 ging Taselaar een ander technisch avontuur aan, toen hij door het TextielMuseum Tilburg uitgenodigd werd om een bijdrage te leveren aan de tentoonstelling Bauhaus & Modern Textiel in Nederland. Voor deze expositie ontwierp hij een bijna negen meter lang wandtapijt, getiteld ‘A Slightly Inaccurate But Nonetheless Lightly Entertaining Story Of The Bauhaus’. Het tapijt werd op een computergestuurde Jacquard weefgetouw geweven. Nu lijkt weven op tekenen met een eindeloze lijn, maar bij het ontwerpen van het weefsel moest Taselaar van kleurvlakken uitgaan, dus zijn geliefd medium, het tekenen, omkeren. Zijn werkwijze veranderde ook in andere opzichten. Hij ging nu minder intuïtief te werk dan in zijn eerdere tekeningen, bestudeerde de geschiedenis van het Bauhaus en verzamelde hier karakteristieke vormen, patronen, en leuzen uit. Vervolgens gaf hij deze in zijn eigen tekenstijl een plaats in een geplande compositie. De uitvoering van zijn ontwerp moest hij aan het weefgetouw overlaten. Het hele proces van het maken van het tapijt had echter zo’n indruk op hem gemaakt dat hij ermee door wilde gaan. Daarom heeft hij speciaal voor de tentoonstelling in Groningen twee nieuwe wandtapijten ontworpen en laten weven.
Het tapijt ‘Radical Furniture For Radical Times’ (2019) toont een bont, postmodern interieur met meerdere verdiepingen dat aan de onmogelijke architectuur van M.C. Escher doet denken. De wanden zijn voorzien van verschillend gedessineerd behang en op beroemde designstoelen loungen kleurige octopussen. Zij bevinden zich te midden van Memphis totempalen en andere bekende woonaccessoires, terwijl een verliefd stel octopussen zich op een Safari sofa van Archizoom genesteld heeft. De voorstelling doet aan een designtentoonstelling in het Groninger Museum denken, behalve dan de octopussen. Toch is het, volgens de kunstenaar, niet ondenkbaar dat zij ooit de nieuwe bewoners van dergelijke interieurs zullen zijn. Octopussen evolueren namelijk snel en zouden, nadat wij mensen zijn uitgestorven, onze cultuur kunnen beërven.
Op het tapijt ‘The Age Old Question Of What Came Before, The Cat House Or The Architect’ (2019) wordt een geel betegeld plein afgebeeld met gebouwen in verschillen geometrische vormen, waartussen zowel klassieke zuilen als de ‘Oneindige Zuil’ van Constantin Brancusi zijn opgericht. Dit ‘yellow brick’ standje is de woonplaats van vele katten, in allerlei gedaanten. Naast huiskatten zijn er ook tijger-katten, belangrijk in de Koreaanse mythologie, Egyptische katten in gemummificeerde vorm en als grafurnen, terwijl de kat van Bart van der Leck in twee gedaanten onder aan het kleed de wacht houdt. Zelfs de Cheshire Cat uit Alice in Wonderland ontbreekt niet. Zij bewonen de gebouwen, posten op de hoge zuilen of verschuilen zich tussen de planten op de speciaal voor hen ingerichte daktuin. Echt poezelig zijn ze niet; ze hebben gemeen oplichtende ogen, laten hun tanden en klauwen zien en jagen op vogeltjes.
Deze twee tapijten van Koen Taselaar laten zien wat het spel tussen blijvende houdingen en nieuwe impulsen bij het maken van kunst kan opleveren. Weliswaar moest de kunstenaar hier iets van zijn DIY-mentaliteit en zijn intuïtieve werkwijze inleveren, maar daarvoor kreeg hij veel terug: een uitbreiding van zijn vormen, een vernieuwing van zijn vertelstijl en een makkelijk gebruik van motieven uit de kunstgeschiedenis. Dat er in één jaar tijd zo’n ontwikkeling kon plaatsvinden, komt doordat Taselaar alles wat voor hem nieuw is gretig tot zich neemt en niet bang is om het eerder verworvene te verliezen. Maar de basis van zijn ontwikkeling is zijn ontspannen visie op het kunstenaarschap. Hem gaat het niet om volstrekte originaliteit en ook niet om het realiseren van een utopie, idealen uit de 20ste eeuw die een heroïsch kunstenaarschap vereisten. Taselaar kan in principe alles verwerken wat hij in de werkelijkheid tegenkomt, of dat nu oud of nieuw is, uit de hoge of de populaire cultuur komt. Wel moet kunst volgens hem recalcitrant zijn en dat bereikt hij met een plagerige humor.

Katalin Herzog, oktober 2019




Koen Taselaar Poster door Hansje van Halem



poster Koen Taselaar
ontwerp: Hansje van Halem



  Hansje van Halem

5 okt. 2019

Koen Taselaar vooraankondiging

Van 9 november tot 14 december 

Koen Taselaar


gesloten i.v.m. verbouwing tot 9 november

Na de culturele week After Hiroshima is Block C tot 9 november gesloten. Een wijziging in het programma en een financiële ondersteuning van het Mondriaanfonds geeft ons de ruimte een paar aanpassingen te doen.



Werkbijdrage Kunstinitiatieven 2018-2019

visitekaartje Block C


Visitekaartje Block C ontwerp: Hansje van Halem



14 sep. 2019

After Hiroshima, expositie elin o'hara slavick

expositie After Hiroshima, elin o'hara slavick













expositie After Hiroshima, elin o'hara slavick

10 sep. 2019

After Hiroshima workshop: Visualising the Archive with elin o'Hara slavick


Visualising the Archive: 10 September 2019, part of After Hiroshima: Cultural Responses to the Atomic Bomb – a cultural week around the thematics of the atomic bomb. 



EN: Visualising the Archive: A Workshop with elin o’Hara slavick is a workshop for students from the Frank Mohr Institute, and for RMA and PhD students with a background in arts, literature and culture, organised in collaboration with NICA. 
NL: Visualising the Archive: A Workshop with elin o’Hara slavick is een workshop voor studenten van het Frank Mohr Instituut, en RMA en PhD studenten met een achtergrond in kunst, cultuur en literatuur, georganiseerd in samenwerking met NICA.