16 feb. 2022

kamilė česnavičiūtė zaaltekst door Katalin Herzog

 ‘ZIE DE MENS’, IN HET WERK VAN KAMILĖ ČESNAVIČIŪTĖ

 

De grote schilderijen van Kamilė Česnavičiūtė tonen composities van felgekleurde mensfiguren die in verschillende situaties verkeren. Soms gaat het om een enkele figuur, maar meestal om een groep, waarvan de leden een interactie met elkaar aangaan of als het ware langs elkaar heen leven. De figuren zitten een enkele keer op een stoel, vaker nog knielen, zitten of hurken ze op de grond. Hun lichaamsvormen komen compact en sculpturaal over, terwijl hun gezichten, handen en voeten meer gedetailleerd zijn. Ze bevinden zich in door kleuren of schetsmatige structuren weergegeven ruimtes, waarbij ze door dagelijkse gebruiksvoorwerpen vergezeld kunnen worden. Soms is het niet duidelijk of ze binnen dan wel buiten zijn en ze steken ook wel tegen een atmosferische of vlakke achtergrond af. 

            Het lijkt of deze figuren ons iets willen vertellen – te zien aan hun houdingen, gebaren, gezichtsuitdrukkingen en expressieve kleuren – maar waar ze het over willen hebben, wordt niet zomaar duidelijk. Kijkend naar enkele, recente schilderijen van Kamilė kunnen we ons afvragen: wat doet die liggende, rode figuur op het schilderij ‘Deadline’ (2021) en waarom heeft de staande, oranje figuur in ‘Cleaner’ (2021) haar hoofd verloren? Waarom zijn de vier blauwe, zittende figuren in ‘Crying on the Hill’ (2020) zo triest en wat doet die volumineuze, gele figuur in ‘Vista’ (2020) boven op die kluwen blauwe mensen? De titels kunnen ons een beetje op weg helpen, maar we komen pas dichter bij de schilderijen als ons iets van de gedachtewereld en werkwijze van de kunstenaar bekend is.

            Kamilė begint niet zomaar met schilderen. De werkelijkheid waarin zij zich bevindt vormt aanleidingen voor haar schilderijen. Deze kunnen voortkomen uit haar dagelijks leven en haar praktijk als jonge kunstenaar, zoals de stemming bij het halen van een deadline of de ervaring van moeten werken naast een kunstpraktijk. Vaker nog is de maatschappij de leverancier van ergernissen over de problemen, waarmee bijvoorbeeld migranten te maken krijgen of over de uitbuiting van velen door enkele, machtige individuen. Kamilė ergert zich aan zowel kleine als aan grote zaken: van de dagelijkse onbeschoftheid van weggebruikers tot aan de grove onrechtvaardigheden binnen het huidige kapitalistische systeem. 

            Dergelijke irritaties kunnen in flinke boosheid uitmonden en zetten haar op twee manieren aan om in actie te komen: het maken van schilderijen en het vergaren van kennis over de werkingen van systemen, zoals het kapitalisme en de reacties daarop door bijvoorbeeld het feminisme. Op de hoogte zijn van dit laatste, vindt zij belangrijk, omdat zij de maatschappelijke werkelijkheid wil begrijpen, waarin we leven. Zoals meer van haar leeftijdsgenoten is Kamilė kritisch op haar omgeving, maar bij haar kan deze houding ook gekleurd zijn door haar afkomst uit Litouwen. Gedurende de 20ste eeuw maakte dit land onderdeel uit van de Sovjetunie; pas in 1990 werd het onafhankelijk. Hoewel Kamilė na die tijd geboren is, kan de plotselinge overgang van een communistisch naar een kapitalistisch systeem, die zich gedurende haar jeugd voltrok, haar kritische houding hebben aangewakkerd.

            Haar schilderijen vormen echter geen illustraties van de geschiedenis of van theorieën en ze gaan ook niet altijd over grote problemen. Ook grappige of domme dingen kunnen Kamilė prikkelen om aan het werk te gaan. Als zij met schilderen begint, heeft zij er een algemeen idee van waar het werk over moet gaan, maar pas gedurende het werken komt het onderwerp sterker naar voren. Kamilė brengt eerst een kleurlaag over het hele doek aan dat wel gegrond, maar meestal niet opgespannen is.

Daarop tekent zij met acrylstiften de figuren die zij met verschillende kleuren invult. Soms behoudt een stukje van de compositie of zelfs een hele figuur in de kleur van die eerste laag. Als een houding of gebaar van een figuur haar niet helemaal zint, tekent zij die opnieuw over de al bestaande vormen heen. Deze veranderingen laat zij soms staan, waardoor haar figuren extra ledematen, hoofden of vingers krijgen. Het maken van een schilderij kan – afhankelijk van de ingewikkeldheid van de compositie – meerdere dagen duren en pas als alle vormen en kleuren op de ‘juiste plaats’ staan, begint Kamilė aan de detaillering van de gezichten, handen en voeten. 

            Concentratie op grote mensfiguren en de soort figuren zorgt ervoor dat haar schilderijen altijd algemener en poëtischer zijn dan de aanleidingen ervoor. Van kleins af aan heeft Kamilė veel getekend en gedurende haar middelbareschooltijd heeft zij in Vilnius ook een kunstschool bezocht, waar zij leerde tekenen, schilderen, beeldhouwen en met de hedendaagse kunst kennis maakte. Op haar veertiende besloot zij naar Nederland te gaan, vanwege de rijke kunsttraditie, en op achttienjarige leeftijd kwam zij hier daadwerkelijk om aan een kunstacademie te studeren. Zij bezat toen al technische vaardigheden, maar wilde met haar werk ook ‘iets zeggen’ en had het idee dat zij daarvoor ‘nog niet genoeg kennis’ had. Gedurende de eerste jaren op Academie Minerva maakte zij tekeningen met potlood en stift van losse mensfiguren en van groepen mensen. De potloodtekeningen zijn zeer gedetailleerd, waarbij de stofuitdrukking van de kleding belangrijk is. Waarom die mensen bepaalde houdingen aannamen of bij elkaar stonden, was echter niet duidelijk. Omdat Kamilė van deze vaardige, maar nogal betekenisloze manier van werken af wilde, begon zij in het derde jaar van haar opleiding te schilderen. Met kleurvlakken kon zij veel sneller werken en ook meer samenhang, sfeer en betekenissen in haar werk brengen.

              Nadat zij met schilderen begon, werden haar figuren steeds algemener door het weglaten van individuele gelaatstrekken, kapsels en kleding. Een figuur kan een hemdje, een broek of een schort dragen, maar dan gaat het meer om attributen – lijkend op de afgebeelde voorwerpen – dan om de gedetailleerde kleding van de mensen in haar vroegere tekeningen. Het meest specifieke in haar schilderijen zijn de opvallende ogen van de figuren die een kijkrichting, een emotie of concentratie weergeven.

            Zoals hiervoor opgemerkt, tonen de schilderijen van Kamilė situaties, waarin de figuren ons iets lijken te willen vertellen.Waar ze het over willen hebben, wordt duidelijker als we erop gaan letten wat de kunstenaar in haar werk weglaat. Haar mensfiguren onderscheiden zich niet door hun huidskleur; ze hebben immers allerlei expressieve kleuren. Meestal is het onduidelijk wat voor gender ze hebben en hoe oud ze zijn. Bij uitzondering wordt er een vrouw uitgebeeld. Dan ontbreken kapsel en kleding, waardoor we haar sociale status niet kunnen inschatten. Sommige figuren komen nogal corpulent over, maar in plaats van karakterisering van een individu is dit ook een eliminatie, namelijk van het modieuze idee dat mensen per se slank en jeugdig moeten zijn. Kamilė is dus niet geïnteresseerd in heersende schoonheidsidealen en wil ook geen nadruk leggen op huidskleur, gender, leeftijd en sociale status. Oudere mensen met rimpels vindt zij mooi en als zij de sociale status van de figuren toont, zoals in het schilderij ‘Vista’ (2020), dan vindt zij deze juist onrechtmatig. 

            Alles wat de kunstenaar in haar werk benadrukt en weglaat draagt dus bij aan de betekenissen van haar schilderijen. Daarmee gaat zij twee kanten op: met de eliminatie van kenmerken, waarop we elkaar beoordelen, laat zij de basale gelijkheid van mensen zien. En met de situaties, waarin zij haar figuren plaatst, toont zij hoe mensen zich in de maatschappelijke werkelijkheid kunnen gedragen en  misdragen, waardoor juist ongelijkheid tot stand komt en spanningen tussen individuen en groepen hoog kunnen oplopen.  

            In haar schilderij-installatie ‘Nine Seas Away’– die zij in Galerie Block C toont – werkt zij een bepaalde soort spanning uit tussen een individu en een groep. Zoiets kan ontstaan als iemand plotseling bij een groep betrokken wordt, waarvan de uitgangspunten en doelen voor haar of hem onbekend zijn. Dan gaat zo iemand onderdeel van die groep uitmaken, maar komt door gebrek aan informatie in een vreemde wereld terecht en ervaart zo de eigen individualiteit in extreme mate. 

            Met haar installatie ensceneert Kamilė zo’n situatie door beschouwers bij binnenkomst in de galerie met de achterkant van haar schilderij te confronteren. Eerst is er dus niets te zien, maar om het werk heen lopend, staan beschouwers plotseling tegenover een aantal grote mensfiguren die hun rug naar hen toekeren. Hoewel deze mensen zich wel van elkaar onderscheiden door hun lichamen, houdingen, kleren en attributen, vormen ze toch een samenhangende groep, maar het is onduidelijk met welk doel ze bijeen zijn gekomen. Toch kunnen beschouwers zich gemakkelijk met hen identificeren, terwijl zij de rare situatie en hun eigen, afwijkende individualiteit daarin ervaren.

            De nadruk op de gelijkheid van mensen gaat in de schilderijen van Kamilė dus gepaard met ongelijkheden die telkens in de maatschappelijke werkelijkheid ontstaan en tot problematische situaties leiden. Zo toont zij ons ‘de mens’, dit merkwaardige wezen dat in grote mate overeenkomt met alle anderen, maar zich zowel individueel als in groepen boven die anderen wil stellen en daardoor steeds kleine en grote complicaties veroorzaakt. Kamiles werk is dus betrokken, maar komt nooit belerend over. Zij legt ons geen duidelijke betekenissen op, maar doet poëtische suggesties die we kunnen volgen en waarvan we de werkingen kunnen ervaren als we ons met de figuren in haar schilderijen identificeren.

 

Katalin Herzog, januari 2022