22 mei 2017

Tijs Goldschmidt over Martin Brandsma


Hoe een man een vogel wordt


Kunstenaar Martin Brandsma observeerde lang en liefdevol een klapekster. Tijs Goldschmidt liep mee met de waarnemer, die zich zo inleeft dat hij – bijna – verandert in de vogel.





14 mei 2017

opening Martin Brandsma



  





        


 


Katalin Herzog: zaaltekst Martin Brandsma

HOE IS HET OM EEN KLAPEKSTER TE ZIJN?

Over de mentaliteit en het beeldende werk van Martin Brandsma.


Zo’n zevenhonderd uur per winterseizoen brengt Martin Brandsma door in de natuur om een vogel te observeren. Dat is de klapekster, een deftig in zwart, wit en grijs geklede vogel, ter grootte van een merel. Gedurende herfst, winter en voorjaar bevindt hij zich in verschillende delen van Nederland waar het voor hem goed jagen is. Daarna vertrekt hij naar andere streken om er te paren en te broeden.Brandsma kijkt naar en tekent de vogel, verzamelt en registreert er gegevens over, raadpleegt ornithologische literatuur en spreekt met gedragsbiologen over hun onderzoek. Tegelijkertijd maakt hij kunstenaarsboeken, tentoonstellingen, hij voert performances uit en organiseert ‘sessies’ met de klapekster als focus. Vanuit een complexe, biologische/artistieke mentaliteit observeert hij de vogel en gebruikt de uitkomsten daarvan in zijn beeldend werk. Op deze wijze leert hij de vogel kennen, maar ook zichzelf als mens en kunstenaar.

Brandsma zoekt de klapekster op in diens territorium waar die meestal op de top van een boom balancerend het landschap afspeurt naar vijanden en prooien. Dan duikt hij plotseling naar beneden om muizen, hagedissen en kleinere zangvogels te vangen en fixeert deze vervolgens op een doorn of een gevorkte tak. Later haalt hij de voorraad op om te verorberen.


Bij het observeren neemt Brandsma een bijna wetenschappelijke houding aan. De veelsoortige gegevens die hij verkrijgt, noteert hij in strikte tabellen en vult die verder aan met kleine experimenten en snelle schetsen om de houdingen en bewegingen van de vogel vast te leggen. Bij gefixeerde prooien plaatst hij camera’s om te registreren wanneer en hoe deze opgegeten worden en of de vogel daarbij aan zijn linker- dan wel zijn rechterpoot de voorkeur geeft.

Dergelijke activiteiten zouden een gedragsbioloog niet misstaan, maar Brandsma heeft meer op het oog. Van kinds af aan is hij ge├»nteresseerd in vogels; hun uiterlijk en gedrag raken hem. Hij heeft zowel belangstelling voor hun biologische kenmerken en evolutie als voor hun ‘gelijkenis’ op en ‘verbondenheid’ met mensen. Dat hij voor de klapekster koos, is ten dele toevallig; het grafische voorkomen en het bijzondere gedrag van de vogel hebben echter ook met zijn keuze te maken.